Fleischner longnodulus-follow-up

Pas de Fleischner-aanbevelingen uit 2017 toe op een toevallig gevonden longnodus: type, aantal, grootte en risicoprofiel geven het controle-interval.

Nodus

Type
Aantal
Risicoprofiel

roken, leeftijd, bovenkwab, spiculair, emfyseem, asbest

Advies

CT na 6–12 maanden, daarna CT na 18–24 maanden overwegen.

7 mm · solide · solitair

CT na 6–12 maanden, daarna CT na 18–24 maanden overwegen.

In deze band doet het risicoprofiel er echt toe: bij een hoog risico is het tweede controlemoment geen overweging maar onderdeel van het advies. Reken tot het hoge risico onder meer een uitgebreide rookgeschiedenis, een bovenkwablocatie, een spiculair aspect of asbestexpositie.

De richtlijn geldt voor toevallig gevonden noduli bij volwassenen vanaf 35 jaar. Hij geldt níet bij longkankerscreening, bij een bekende maligniteit en bij immuungecompromitteerde patiënten — daar gelden eigen, kortere schema's.

Hoe lees je de uitkomst

De uitkomst is een interval, geen diagnose. Een advies van geen follow-up betekent dat het risico laag genoeg is om controle meer kwaad dan goed te laten doen — en dat is een bevinding die je expliciet mag opschrijven.

Solide < 6 mm, laag risicoGeen routinematige follow-up.
Solide < 6 mm, hoog risicoOptioneel CT na 12 maanden.
Solide 6–8 mm, solitairCT na 6–12 maanden, daarna 18–24 maanden.
Solide > 8 mm, solitairOverweeg CT na 3 maanden, PET/CT of punctie.
Matglas ≥ 6 mmCT na 6–12 maanden, daarna elke 2 jaar tot 5 jaar.
Deels solide ≥ 6 mmCT na 3–6 maanden, daarna jaarlijks CT gedurende 5 jaar.

Hoe het advies is opgebouwd

Type × aantal × grootte × risicoprofiel → één interval

De grootte is het gemiddelde van de lange en de korte as op hetzelfde beeld, afgerond op hele millimeters. Solide noduli splitsen bij 6 en 8 mm, subsolide alleen bij 6 mm.

Onder hoog risico vallen een uitgebreide rookgeschiedenis, een bovenkwablocatie, spiculaire begrenzing, emfyseem of fibrose, hogere leeftijd en asbestexpositie.

Bij meerdere noduli bepaalt de meest verdachte het beleid, niet de grootste.

Wanneer gebruik je hem

  • Bij een toevallig gevonden longnodus op een CT die om een andere reden gemaakt is.
  • Bij het bepalen van het controle-interval dat in de conclusie hoort, in plaats van een vaag advies om nog eens te kijken.
  • Bij het onderscheid tussen een solide en een subsolide nodus, waar de trajecten sterk uiteenlopen.
  • Bij de vraag of een nodus helemaal geen follow-up nodig heeft, wat vaker het juiste antwoord is dan verslagen suggereren.

⚠️ Valkuilen

  • De richtlijn geldt niet bij longkankerscreening, bij een bekende maligniteit, bij immuungecompromitteerde patiënten en onder de 35 jaar. Hem daar toch toepassen levert te lange intervallen op.
  • Een perifissurale of duidelijk benigne verkalkte nodus heeft geen follow-up nodig, wat de grootteband ook suggereert.
  • Meet het gemiddelde van de lange en de korte as. Alleen de lange as noteren duwt noduli stelselmatig een band hoger en genereert controles die niemand nodig had.
  • Een deels solide nodus wordt beoordeeld op de totale grootte én op de solide component apart. Een groeiende solide component weegt zwaarder dan een stabiele totale diameter.
  • Vergelijking met eerder beeldmateriaal weegt zwaarder dan de hele tabel. Een nodus die twee jaar onveranderd is, heeft doorgaans niets nodig.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de Fleischner-criteria uit 2017?

Het zijn aanbevelingen voor het vervolgen van toevallig gevonden longnoduli op CT bij volwassenen vanaf 35 jaar, op basis van type, aantal, grootte en het risicoprofiel van de patiënt.

Heeft een nodus onder de 6 mm follow-up nodig?

Een solide nodus onder de 6 mm heeft bij laag risico geen routinematige follow-up nodig, en bij hoog risico hooguit optioneel een CT na 12 maanden. Ook een solitaire subsolide nodus onder de 6 mm hoeft niet vervolgd te worden.

Hoe moet de nodus gemeten worden?

Als het gemiddelde van de lange en de korte as op hetzelfde beeld, afgerond op hele millimeters. Alleen de lange as gebruiken maakt de grootteband te hoog.

Wat telt als een hoogrisicopatiënt?

Een uitgebreide rookgeschiedenis, hogere leeftijd, een bovenkwablocatie, spiculaire begrenzing, emfyseem of fibrose en asbestexpositie duwen een patiënt naar de hogere risicogroep.

Welke nodus vervolg ik bij meerdere noduli?

De meest verdachte, niet de grootste. Benoem hem en geef zijn locatie in het verslag, zodat de volgende beoordelaar dezelfde nodus meet.

Literatuur

📄MacMahon H, et al. Guidelines for Management of Incidental Pulmonary Nodules Detected on CT Images: From the Fleischner Society 2017. Radiology. 2017;284(1):228–243.

📄Bankier AA, et al. Recommendations for Measuring Pulmonary Nodules at CT: A Statement from the Fleischner Society. Radiology. 2017;285(2):584–600.

Deze rekentool ondersteunt de beoordeling van een zorgverlener en vervangt die niet. Controleer de uitkomst altijd tegen je eigen metingen en de geldende richtlijn.

Andere calculators

Ontwikkel jezelf en anderen.

Archiveer, annoteer en presenteer je eigen casuïstiek met Radiology Casebook. Gratis.

Begin nu