Bosniak v2019

Classificeer een cysteuze niermassa met de CT-criteria van Bosniak versie 2019. Vink de aanwezige kenmerken aan en de calculator geeft de klasse, de gerapporteerde maligniteitskans en het bijbehorende beleid.

Kenmerken op CT

Wand
Septa
Aankleurende nodus

Eén nodus maakt de massa op zichzelf klasse IV.

Inhoud en dichtheid
Calcificatie

Klasse

IIF

Maligniteit

~5%

Bosniak IIF · 34 mm

Bosniak IIF. De gerapporteerde kans op maligniteit ligt in de orde van ~5%. Beeldvormende follow-up, doorgaans na 6 en 12 maanden en daarna jaarlijks tot 5 jaar.

IIF is de categorie waar v2019 het meest aan gesleuteld heeft: de criteria zijn strakker gemaakt om massa's die vroeger onnodig als III werden weggezet terug te brengen. Vervolgen is hier het beleid, niet opereren.

Onthoud de onderliggende voorwaarde: voor klasse IIF of hoger móet er aankleuring zijn. Een verdikte of onregelmatige wand die niet aankleurt tilt de massa niet omhoog.

Aankleuring moet echt aangetoond zijn, niet vermoed: vergelijk dezelfde ROI op de blanco en de aangekleurde serie op een nierprotocol. Een toename die binnen de ruis van pseudo-enhancement valt, is geen septumaankleuring.

Deze calculator volgt de CT-criteria van v2019. De MRI-criteria wijken op onderdelen af, onder meer doordat een hoog signaal op T1 en de beoordeling van septa daar anders uitvallen — pas de CT-criteria dus niet ongewijzigd toe op een MRI.

Hoe lees je de uitkomst

De klasse beantwoordt een beleidsvraag, geen diagnostische. Klasse I en II sluiten het gesprek af, IIF start een controleklok, en III en IV sturen de patiënt naar de uroloog.

Bosniak IMaligniteit onder 1%. Geen follow-up.
Bosniak IIMaligniteit onder 1%. Geen follow-up.
Bosniak IIFMaligniteit rond 5%. Beeldvormende controle tot 5 jaar.
Bosniak IIIMaligniteit rond 50%. Urologische verwijzing.
Bosniak IVMaligniteit rond 90%. Behandelen als niercelcarcinoom.

Hoe de klasse tot stand komt

Klasse = de hoogste klasse waarvan één kenmerk aanwezig is

Er wordt niets opgeteld en niets gemiddeld. Eén aankleurende nodus maakt een massa klasse IV, ook als alle andere kenmerken benigne ogen.

Aankleuring moet aangetoond worden door dezelfde ROI te vergelijken op de blanco en de aangekleurde serie van een nierprotocol.

Wand- en septumdikte meet je op het dikste punt, en uitstulpingen beoordeel je op hun randen én hun grootte.

Wanneer gebruik je hem

  • Bij het verslaan van een cysteuze niermassa op een nierprotocol-CT.
  • Bij het onderscheid tussen een massa die vervolgd moet worden en een die naar de uroloog moet, waar de grens tussen IIF en III ligt.
  • Bij het opschrijven van een verdedigbare klasse in de conclusie in plaats van een beschrijvende alinea waar niemand iets mee kan.
  • Bij het herlezen van een ouder onderzoek dat onder de criteria van 2005 is ingedeeld, waar v2019 vaak een lagere klasse geeft.

⚠️ Valkuilen

  • De classificatie geldt voor cysteuze massa's, niet voor solide massa's met een klein cysteus deel. Een overwegend solide massa in Bosniak persen onderschat hem.
  • Pseudo-enhancement in kleine intrarenale cysten bootst septumaankleuring na. Vergelijk identieke ROI's en wees sceptisch bij kleine verschillen.
  • Dit zijn de CT-criteria. De MRI-criteria van v2019 wijken af, en de CT-regels op een MRI toepassen verschuift klassen in beide richtingen.
  • Versie 2019 heeft veel massa's bewust lager ingedeeld dan de criteria van 2005. Vermeld bij vergelijking met een ouder verslag welke versie je gebruikt hebt.
  • Een hemorragische of eiwitrijke cyste kan hyperdens zijn en tóch klasse II. Dichtheid alleen tilt de klasse nooit omhoog zonder een aankleurend kenmerk.
  • Klasse IIF en hoger vereisen aankleuring. Versie 2019 vraagt bovendien klasse I en II “cysten” te noemen en de term cysteuze niermassa te bewaren voor IIF, III en IV.

Veelgestelde vragen

Hoe bepaal je de Bosniak-klasse?

Door de hoogste klasse te nemen waarvan één kenmerk aanwezig is. Het is geen score: één aankleurende nodus plaatst de massa in klasse IV, ongeacht de overige kenmerken.

Wat is het verschil tussen Bosniak IIF en III?

IIF omvat gladde, minimaal verdikte aankleurende wanden of septa en veel dunne aankleurende septa. III vereist een aankleurende dikke wand of septum van 4 mm of meer, of een aankleurende onregelmatige wand of septum. IIF wordt vervolgd; III gaat naar de uroloog.

Wat is er veranderd in versie 2019?

De definities zijn expliciet en meetbaar gemaakt, met drempels in millimeters en criteria voor aankleuring. Het praktische gevolg is dat veel massa's die eerder IIF of III heetten nu een klasse lager uitkomen.

Wat is de maligniteitskans per klasse?

De gerapporteerde cijfers liggen onder 1% voor klasse I en II, rond 5% voor IIF, rond 50% voor III en rond 90% voor IV. Ze verschillen per serie en zijn een orde van grootte, geen exacte waarde.

Mag ik deze criteria op MRI gebruiken?

Niet ongewijzigd. Versie 2019 bevat aparte MRI-criteria, en kenmerken als hoog T1-signaal gedragen zich daar anders. Gebruik de criteria die bij de modaliteit horen die je verslagen hebt.

Literatuur

📄Silverman SG, Pedrosa I, Ellis JH, et al. Bosniak Classification of Cystic Renal Masses, Version 2019: An Update Proposal and Needs Assessment. Radiology. 2019;292(2):475–488.

📄Bosniak MA. The current radiological approach to renal cysts. Radiology. 1986;158(1):1–10.

Deze rekentool ondersteunt de beoordeling van een zorgverlener en vervangt die niet. Controleer de uitkomst altijd tegen je eigen metingen en de geldende richtlijn.

Andere calculators

Ontwikkel jezelf en anderen.

Archiveer, annoteer en presenteer je eigen casuïstiek met Radiology Casebook. Gratis.

Begin nu